| |
Tring, tring tring
de telefoon ging om 20.55uur vrijdagavond.
Het was Wilko Elsinga met de mededeling dat door de slechte
weersomstandigheden hij niet zou afreizen naar Vlaanderens
mooiste, de eerste echte voorjaarsklassieker. Hij was overigens
niet de enige die niet zou afreizen. Ook Niek Veltman, welke
zichzelf meneer Titanium noemt, was te bang voor de weersomstandigheden.
Wat moesten we nu, even begonnen we zelf te twijfelen maar
na kort beraad wisten wij het zeker we zouden naar de kasseinen
van onze zuiderburen gaan.
Daar stonden we dan om kwart over 6 op het Besterdplein. Verzamelen
om gezamenlijk richting Ninove te gaan. Na ingeschreven te
hebben miste het TCT93-team al snel 1 persoon. Ton had zoveel
adrenaline in zijn lijf dat hij alvast was aangereden.
Na een belletje en een korte stop waren we dan eindelijk gezamenlijk
"en route".
De weergoden waren ons bijzonder goed gezind en er werd hier
en daar al een opmerking geplaatst van: "Ik snap niet
dat mensen met zo'n weer af gaan bellen". Nou dat hadden
we beter niet kunnen zeggen want op dat zelfde moment trokken
zich na wel geteld 5 km koers donkere wolken boven ons samen.
Zenuwachtig keken de gladiatoren naar boven onzeker over wat
er zou komen. Regen veranderde in hagel en er waren toch enige
mensen (we noemen geen namen) die begonnen te twijfelen aan
het feit dat ze toch hadden gekozen om naar België af
te reizen.
Op dat moment dat iedereen naar de kant vloog om zich enigszins
te beschermen tegen dit hemelvocht dat moeder natuur over
de Belgische wegen strooide raakte het TCT93-team 2 leden
kwijt. Jammer want zo'n tocht rij je toch onder de vlag van:
hoe meer zielen hoe meer vreugd.
Heroïsch is op dat moment het juiste woord om de mensen
er doorheen te slepen. We waren bezig met een stukje geschiedenis
en daar hoort nu eenmaal dit weer bij... zeggen de kenners.
Velen dachten terug aan het jaar daarvoor toen ze in korte
broek en korte mouwen bij 20 graden deze zelfde koers mochten
afwerken.
Nadat Bart in zijn 1e tocht ook meteen zijn 1e valpartij mee
pakte (laten we het op onervarenheid houden) toerden we richting
de 1e heuvel. Vanuit het niets doemde daar de Molenberg op.
Geen tijd meer om te schakelen, geen tijd om naar boven te
kijken, verstand op 0 en drukken op die pedalen zo hard als
je kunt. Ja dan is het aftellen begonnen. dat was berg 1 dus
nog maar 15 te gaan.
Na dit heuveltje wat eigenlijk meer een opwarmer is komt het
hoofdgerecht een 3 km lange kasseienstrook. Voor diegene die
nog nooit een kasseienstrook hebben gefietst een leuke uitdaging.
Ja en die uitdaging duurt welgeteld 10 sec en dan is de lol
er ook af. De ketting slaat tegen je frame, geen kracht om
jezelf recht te houden laat staan kracht om te remmen. Bidons
en zadeltasjes liggen op de stenen alsof die al genoeg hadden
van de trillingen die deze strook met zich meebracht en het
voor gezien hielden.
Om de 100 meter staat een renner zijn bandjes te verwisselen
omdat die nu eenmaal niet bestendig zijn tegen deze Romeinse
wegen. We denken na waar we eigenlijk mee bezig zijn en komen
eigenlijk maar tot één conclusie: ASFALTEREN
DIE WEGEN EN HET LIEFST ZO SNEL MOGELIJK.
Gelukkig ging het weer meewerken en zag je hier en daar mensen
langs de kant staan, niet om hun banden te plakken maar om
de regenjackjes op te bergen. Noeste blikken veranderde dan
ook ik lachende mensen wat de sfeer van de koers natuurlijk
ten goede komt.
Na een kilometer of 55 zien we plots de ploegleiderwagen van
Euskatel voorbij flitsen. 15 seconde later zien we de voltallige
Spaanse ploeg voorbij komen. Glimmende Spaanse benen draaien
rond op nog meer glimmende fietsen van het duurste soort.
Dennis schreeuwt alleen maar Dura ace zo mooi zo mooi. Je
zou je bijna gaan afvragen is het nu zaterdag (waar de amateurs
hun gang gaan) of is het zondag (waar de beroepsrenners hun
rondjes draaien)?
25 km voor het einde zie je al mensen zenuwachtig worden,
de eerste bordjes met MUUR worden zichtbaar en ja dan weet
je het. De befaamde muur van Geraardsbergen zit er aan te
komen. Iedereen weet het, renners kijken nog even naar hun
fiets die inmiddels zo besmeurd is met Belgische klei dat
ze niet eens meer kunnen zien op wat voor kleur fiets ze rijden.
kijkend naar het schakelsysteem zien ze de muur opdoemen.
de 1e meters redelijk omhoog maar dan snel richting de 20%.
Niet te doen denk je dan maar het publiek dat op deze heuvel
3 rijen dik staat schreeuwt je naar boven waardoor je als
het waren vleugels krijgt en het trappen bijna vanzelf gaat.
Je zou denken dat als dit soort taferelen bij alle heuvels
zou plaatsvinden je bijna niet meer hoeft te trappen.
Dan hebben de profs het wel heel makkelijk op zondag met zo'n
enthousiast publiek. Je schrijft het niet maar je zou bijna
denken dat de echte mannen op zaterdag rijden en niet op zondag.
Misschien geeft hieronder het verhaal van Willy Verhegghe
de sfeer van de muur het beste weer:
Rilling en razernij door het peloton
De Muur van Geraardsbergen staat
Als een pantsercolonne van kasseien
Te wachten en lacht zijn stenen bloot
Benen breken in een helse kramp
Hoofd en adem haperen bij zoveel vertoon
Van hoog en steil en bijna niet te temmen
De muur slaat zijn porfieren klauwen wit,
Maait als een oorlog jonge mannen weg.
En houdt dan plots op muur te zijn:
Wanneer de strijd bergop gestreden is
En de laatste man zijn lijf behoedzaam
Tot zijn oude vormen heeft teruggebracht
Huilt de helling om voorbij verdriet
Fluweel over de stad die haar torens telt
En de renners afgeranseld naar de finish jaagt
En zo kwam het dat het 7-tal (Ton, Willem, Jeroen, Daan, Jan-Willem,
Dennis en Bart) rond de klok van 17.00 uur in de zon op de
tribune onder de finishboog zaten te kijken naar mensen die
aan hun laatste meters bezig waren van deze toch wel indrukwekkende
tocht.
Mannen wat ons betreft volgend jaar weer, laat het dan net
zo heroïsch worden als dit jaar.
Dennis Oldenkotte en Bart Snelders
|
|