Ronde van Vlaanderen 2006
 

Tring, tring tring de telefoon ging om 20.55uur vrijdagavond.

Het was Wilko Elsinga met de mededeling dat door de slechte weersomstandigheden hij niet zou afreizen naar Vlaanderens mooiste, de eerste echte voorjaarsklassieker. Hij was overigens niet de enige die niet zou afreizen. Ook Niek Veltman, welke zichzelf meneer Titanium noemt, was te bang voor de weersomstandigheden. Wat moesten we nu, even begonnen we zelf te twijfelen maar na kort beraad wisten wij het zeker we zouden naar de kasseinen van onze zuiderburen gaan.

Daar stonden we dan om kwart over 6 op het Besterdplein. Verzamelen om gezamenlijk richting Ninove te gaan. Na ingeschreven te hebben miste het TCT93-team al snel 1 persoon. Ton had zoveel adrenaline in zijn lijf dat hij alvast was aangereden.
Na een belletje en een korte stop waren we dan eindelijk gezamenlijk "en route".

De weergoden waren ons bijzonder goed gezind en er werd hier en daar al een opmerking geplaatst van: "Ik snap niet dat mensen met zo'n weer af gaan bellen". Nou dat hadden we beter niet kunnen zeggen want op dat zelfde moment trokken zich na wel geteld 5 km koers donkere wolken boven ons samen. Zenuwachtig keken de gladiatoren naar boven onzeker over wat er zou komen. Regen veranderde in hagel en er waren toch enige mensen (we noemen geen namen) die begonnen te twijfelen aan het feit dat ze toch hadden gekozen om naar België af te reizen.

Op dat moment dat iedereen naar de kant vloog om zich enigszins te beschermen tegen dit hemelvocht dat moeder natuur over de Belgische wegen strooide raakte het TCT93-team 2 leden kwijt. Jammer want zo'n tocht rij je toch onder de vlag van: hoe meer zielen hoe meer vreugd.
Heroïsch is op dat moment het juiste woord om de mensen er doorheen te slepen. We waren bezig met een stukje geschiedenis en daar hoort nu eenmaal dit weer bij... zeggen de kenners. Velen dachten terug aan het jaar daarvoor toen ze in korte broek en korte mouwen bij 20 graden deze zelfde koers mochten afwerken.

Nadat Bart in zijn 1e tocht ook meteen zijn 1e valpartij mee pakte (laten we het op onervarenheid houden) toerden we richting de 1e heuvel. Vanuit het niets doemde daar de Molenberg op. Geen tijd meer om te schakelen, geen tijd om naar boven te kijken, verstand op 0 en drukken op die pedalen zo hard als je kunt. Ja dan is het aftellen begonnen. dat was berg 1 dus nog maar 15 te gaan.

Na dit heuveltje wat eigenlijk meer een opwarmer is komt het hoofdgerecht een 3 km lange kasseienstrook. Voor diegene die nog nooit een kasseienstrook hebben gefietst een leuke uitdaging. Ja en die uitdaging duurt welgeteld 10 sec en dan is de lol er ook af. De ketting slaat tegen je frame, geen kracht om jezelf recht te houden laat staan kracht om te remmen. Bidons en zadeltasjes liggen op de stenen alsof die al genoeg hadden van de trillingen die deze strook met zich meebracht en het voor gezien hielden.

Om de 100 meter staat een renner zijn bandjes te verwisselen omdat die nu eenmaal niet bestendig zijn tegen deze Romeinse wegen. We denken na waar we eigenlijk mee bezig zijn en komen eigenlijk maar tot één conclusie: ASFALTEREN DIE WEGEN EN HET LIEFST ZO SNEL MOGELIJK.

Gelukkig ging het weer meewerken en zag je hier en daar mensen langs de kant staan, niet om hun banden te plakken maar om de regenjackjes op te bergen. Noeste blikken veranderde dan ook ik lachende mensen wat de sfeer van de koers natuurlijk ten goede komt.
Na een kilometer of 55 zien we plots de ploegleiderwagen van Euskatel voorbij flitsen. 15 seconde later zien we de voltallige Spaanse ploeg voorbij komen. Glimmende Spaanse benen draaien rond op nog meer glimmende fietsen van het duurste soort. Dennis schreeuwt alleen maar Dura ace zo mooi zo mooi. Je zou je bijna gaan afvragen is het nu zaterdag (waar de amateurs hun gang gaan) of is het zondag (waar de beroepsrenners hun rondjes draaien)?

25 km voor het einde zie je al mensen zenuwachtig worden, de eerste bordjes met MUUR worden zichtbaar en ja dan weet je het. De befaamde muur van Geraardsbergen zit er aan te komen. Iedereen weet het, renners kijken nog even naar hun fiets die inmiddels zo besmeurd is met Belgische klei dat ze niet eens meer kunnen zien op wat voor kleur fiets ze rijden. kijkend naar het schakelsysteem zien ze de muur opdoemen. de 1e meters redelijk omhoog maar dan snel richting de 20%. Niet te doen denk je dan maar het publiek dat op deze heuvel 3 rijen dik staat schreeuwt je naar boven waardoor je als het waren vleugels krijgt en het trappen bijna vanzelf gaat. Je zou denken dat als dit soort taferelen bij alle heuvels zou plaatsvinden je bijna niet meer hoeft te trappen.

Dan hebben de profs het wel heel makkelijk op zondag met zo'n enthousiast publiek. Je schrijft het niet maar je zou bijna denken dat de echte mannen op zaterdag rijden en niet op zondag. Misschien geeft hieronder het verhaal van Willy Verhegghe de sfeer van de muur het beste weer:

Rilling en razernij door het peloton
De Muur van Geraardsbergen staat
Als een pantsercolonne van kasseien
Te wachten en lacht zijn stenen bloot
Benen breken in een helse kramp
Hoofd en adem haperen bij zoveel vertoon
Van hoog en steil en bijna niet te temmen
De muur slaat zijn porfieren klauwen wit,
Maait als een oorlog jonge mannen weg.
En houdt dan plots op muur te zijn:
Wanneer de strijd bergop gestreden is
En de laatste man zijn lijf behoedzaam
Tot zijn oude vormen heeft teruggebracht
Huilt de helling om voorbij verdriet
Fluweel over de stad die haar torens telt
En de renners afgeranseld naar de finish jaagt


En zo kwam het dat het 7-tal (Ton, Willem, Jeroen, Daan, Jan-Willem, Dennis en Bart) rond de klok van 17.00 uur in de zon op de tribune onder de finishboog zaten te kijken naar mensen die aan hun laatste meters bezig waren van deze toch wel indrukwekkende tocht.

Mannen wat ons betreft volgend jaar weer, laat het dan net zo heroïsch worden als dit jaar.

Dennis Oldenkotte en Bart Snelders